Avatar
4 April 2019 - Tessa Koster plaatste:

Debat n.a.v. rapporten forensische zorg

 

Kamerdebat en maatregelen forensische zorg

Acht uur debatteerde de Tweede Kamer gisteren met minister Dekker van Rechtsbescherming over de rapporten forensische zorg en de casus Michael P.

De Kamerleden wilden vooral van de Minister horen hoe deze vreselijke gebeurtenissen - zoals ook de misdrijven door Philip O. en Bart van U. - konden plaatsvinden? Wat is er fout gegaan en welke maatregelen moeten worden genomen om fouten in de toekomst te voorkomen?

Aangekondigde maatregelen

Stap voor stap lichtte Dekker de maatregelen toe die hij eerder in een brief had aangekondigd:

1.       Aanpak weigerende observandi. Wie voor tbs in aanmerking komt, mag dit niet langer ontlopen door medewerking aan onderzoek te weigeren.

2.       Beter zicht op risico’s. Bij uitplaatsing naar een instelling voor forensische zorg zullen naast een professioneel oordeel voortaan gestructureerde risicotaxatie en een delictanalyse verplicht worden gesteld.

3.       Risico’s zwaarder laten meewegen. Maatschappelijke risico’s gaan zwaarder meetellen bij het al dan niet toekennen van vrijheden bij behandeling en de eventuele toekenning van voorwaardelijke invrijheidstelling.

4.       Waarborgen verbeteren bij toekennen vrijheden. De procedures voor de uitplaatsing en de toekenning van vrijheden worden aangescherpt. De adviesrol van het openbaar ministerie en de reclassering wordt versterkt.

5.       Wegnemen belemmeringen informatie-uitwisseling. Bij uitplaatsing naar forensische zorg wordt het mogelijk gemaakt om ook zonder toestemming van een gedetineerde informatie te delen.

6.       Verbetering informatievoorziening richting gemeenten. De BIJregeling wordt zo mogelijk uitbreidt naar alle gemeenten en de regeling wordt verbeterd door bij meer verschillende soorten vrijheden een melding af te geven.

7.       Doorlichting populatie.

Deze maatregelen komen bovenop de maatregelen die de afgelopen jaren al getroffen zijn, waaronder de inwerkingtreding van de Wet forensische zorg (1 januari 2019), en de afspraken uit het meerjarenakkoord forensische zorg 2018-2022.

Naar aanleiding van het meerjarenakkoord heeft Minister Dekker Bas Eenhoorn gevraagd om een gezamenlijke taskforce te leiden van het ministerie, RIBW Alliantie, FO, VGN en GGZ Nederland. De taskforce richt zich op drie onderdelen: 1. De arbeidsmarkt: hoe zorg je ervoor dat de forensische zorg aantrekkelijk wordt voor studenten, voor goede mensen? 2. Een opleidingsprogramma: waarin aandacht is voor de veiligheid en risicomanagement. 3. Het verlagen van de administratieve lasten.

Veiligheid samenleving

Kamerleden vroegen zich in het debat af of de minister al eerder had kunnen ingrijpen, vóór de publicatie van deze rapporten. Hoe kon het dat het disfunctioneren van het systeem onopgemerkt is gebleven. Ze spraken hun ongeloof uit over de verstrekkende privacy en benadrukte het belang van een ‘warme overdracht’; zowel qua informatieoverdracht, als het contact voor plaatsing en de intake. GGZ Nederland had hiervoor al verschillende malen aandacht gevraagd. 

Kamerlid Buitenweg (GroenLinks) vroeg de minister naar uitvoeringsafspraken van DJI en GGZ Nederland over de werkwijze bij plaatsing vanuit detentie. Zo vroeg zij zich af of deze uitwerking niet bekend was bij de Minister en of/waarom bij het maken van deze afspraken geen grondige analyse is gedaan van de effecten op de veiligheid van de samenleving. Op basis van de rapporten die er nu liggen constateerde minister Dekker van niet. “Ik kan niet zeggen dat wij die manier van werken niet kenden. Sterker nog, die was geformaliseerd. Maar dat dat zulke kwetsbaarheden met zich meebracht, dat er naast goede intenties ook weeffouten in die afspraken zaten, dat wist ik echt pas nu met deze rapporten.” Buitenweg vroeg nog na of bij het terugkomen op deze afspraken, door de maatregelen aangekondigd door de Minister, wel een analyse is gedaan of dit de beste oplossing is.

Regeldruk

Kamerleden vroegen hoe er met de nieuwe protocollen, nieuwe verantwoordelijkheden en nieuwe regels voor wordt gezorgd dat dit niet weer tot nieuwe regelzucht of bureaucratie leidt. De minister gaf daarop aan dat hij met de sector de afspraak heeft gemaakt te proberen de administratieve lasten te verlagen. Maar dat deze rapporten nieuwe inzichten brengen en hier maatregelen voor genomen dienen te worden. Voor het uitbrengen van de brief is hierover ook uitvoerig contact geweest met GGZ Nederland. De uitgangspunten die GGZ Nederland in deze gesprekken heeft gehanteerd zijn ook terug te vinden in onze reactie.

Aanvullende afspraken

De Kamer heeft met de Minister afgesproken dat hij in gesprek gaat met de OVV over een nieuw onderzoek waarbij drie incidenten (Bart van U., Philip O., Michael P.) worden doorgelicht en vergeleken; wat kan worden geleerd uit deze zaken en zijn er structurele kwetsbaarheden die overeenkomen.

De Kamer zal periodiek met de Minister in gesprek gaan over de voortgang en de monitoring van de maatregelen. Ook moet er een onafhankelijke evaluatie komen. Bij de besprekingen van de voortgang en de evaluatie is het van belang na te gaan of de maatregelen ook tot veranderingen in de praktijk leiden. De Minister heeft toegezegd dat er voor het zomerreces een vervolg op zijn brief komt; waarin in ieder geval het tijdschema, plan van aanpak en wanneer onafhankelijke toetsing een plek krijgt.

De Minister gaf aan dat de rapporten geen expliciet verband leggen tussen de financiële druk, de werkdruk en de gevonden knelpunten zoals het ontbreken van de forensische scherpte. Hij gaf hierbij wel aan dat het niet volledig los kon worden gezien, aangezien het wel in deze context heeft plaatsgevonden. De Minister heeft aangegeven dat dit ook de reden is voor meerjarige afspraken met het veld en extra middelen (28,5 miljoen euro). De Kamer heeft ook gevraagd naar de financiële randvoorwaarden voor de intake. De Minister heeft aangegeven dat hij de NZa heeft gevraagd dit mee te nemen in het lopende onderzoek naar de nieuwe bekostigingssystematiek.

De minister gaf aan zich te kunnen vinden in de uitwerking en inpassing van 8 van de volgende 10 inhoudelijke moties.

  1. verzoekt de regering te onderzoeken of het Adviescollege Verloftoetsing Tbs (AVT) ook bij verlofaanvragen voor verblijf buiten een forensisch psychiatrische kliniek of -afdeling een rol zou kunnen krijgen;
  2. verzoekt de regering, te onderzoeken op welke onderdelen van het veiligheidsdomein, ook wanneer het gaat om het snijvlak met het zorgdomein, er het risico bestaat dat een beroep op de privacy in de weg staat aan de gegevensuitwisseling die noodzakelijk is voor adequate vaststelling van de risico's en tevens de Kamer te informeren welke wettelijke regels en welke veranderingen in de praktijk nodig zijn om de veiligheid van de samenleving te waarborgen;
  3. verzoekt de regering, maatregelen (of wetgeving) voor te bereiden waarin mogelijk wordt gemaakt dat deze gedetineerden zo mogelijk alsnog tbs of andere vrijheidsbeperkingen kan worden opgelegd;
  4. roept de regering op, beter inzichtelijk te maken voor forensisch personeel welke maatregelen kunnen en moeten worden genomen om aan veroordeelden met gemaximeerde tbs ook na afloop van tbs maximaal vrijheden te ontnemen indien hun gedrag daar reden toe geeft;
  5. verzoekt de regering een Rode Vlag in te voeren die professionals in een forensische kliniek kunnen hijsen op het moment dat zij op grond van hun ervaring vraagtekens stellen en twijfels hebben, teneinde het resocialisatietraject te stoppen, totdat er helderheid bestaat;
  6. verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe het mogelijk kan worden gemaakt dat de rechter voorwaardelijke TBS kan opleggen, zodat een rechter op een later moment alsnog kan besluiten dat TBS gewenst is, en de Kamer daarover in 2019 te informeren;
  7. verzoekt de regering een vergelijkbaar onderzoek als is verricht naar de forensische zorg, uit te laten voeren naar de veiligheid en kwaliteit van de Penitentiair Psychiatrische Centra;
  8. verzoekt de regering te komen tot een systematiek waarin wordt voorzien in de financiering van de intakes bij Forensische Psychiatrische Afdelingen;
  9. verzoekt de regering op korte termijn te komen tot een opzet voor een Elektronisch Delinquenten Dossier of een variant hierop, waardoor voortaan uitgestoten kan worden dat relevante informatie niet bij de juiste instanties terecht komt; (ontraden)
  10. verzoekt de regering om bij alle vormen van verlof tijdens een forensisch resocialisatietraject, een gps-enkelband te gebruiken (ontraden).

Inspanningen ggz

GGZ Nederland heeft de laatste jaren meermaals aangegeven dat deze veiligheid en de kwaliteit van zorg onder druk is komen te staan, door een combinatie van krappe financiële kaders, hoge administratieve lasten en personeelstekorten. Dit heeft geresulteerd in diverse rapporten van o.a. AEF en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (2018) over de veiligheid en de kwaliteit van de forensische sector. Naar aanleiding van deze signalen, die werden bevestigd in de rapporten, hebben GGZ Nederland, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, RIBW Alliantie en de Federatie Opvang medio 2018 het eerdergenoemde meerjarenakkoord forensische zorg 2018-2022 afgesloten. Met de afspraken uit dit akkoord wordt ingezet op het herstel van de kwaliteit en de veiligheid in de sector. Ook is de afgelopen jaren gewerkt aan verdere kwaliteitsverbetering via het programma Kwaliteit Forensische Zorg en de leerlijn forensische zorg ontwikkeld door het Expertise Centrum Forensische Psychiatrie (EFP) en het forensische zorgveld

De nu voorliggende rapporten laten tekortkomingen zien die de veiligheid van de samenleving op het spel hebben gezet. De forensische sector wil zich vanzelfsprekend volledig inzetten om de kwaliteit en veiligheid van patiënten en medewerkers, maar nadrukkelijk ook van de samenleving telkens verder te verbeteren. Zoals benoemd werkt de Taskforce momenteel aan het opstellen van een opleidingsprogramma, waarin risicomanagement en veiligheid een plek krijgt. Vooruitlopend op deze ontwikkeling kunnen de instellingen nu zelf aan de slag met het gebruiken van de beschikbare leerlijn forensische zorg. Hierin zijn ook modules gericht op risicotaxatie beschikbaar. Daarnaast is het van belang dat de zorgaanbieders investeren in hun afstemming met de PI, reclassering en het OM. Hier kan direct mee worden gestart. De urgentie is hoog en GGZ Nederland zal in samenwerking met de leden van het Forensisch Netwerk en het ministerie de genoemde maatregelen en acties verder uit werken. De Inspecties hebben de bestuurders in de forensische zorg gevraagd uiterlijk 1 oktober 2019 te komen met een rapport over de stand van zaken van de verbetermaatregelen die zijn genomen. Zoals eerder genoemd heeft de Minister toegezegd voor het zomerreces te komen met een plan van aanpak en een tijdspad. GGZ Nederland heeft als doel voor de zomer te komen met een overzicht van de maatregelen en de uitwerking hiervan door de zorgaanbieders. 

Om te kunnen reageren dien je geregistreerd en ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen. Ben je nog geen lid van GGZ connect dan kun je je hier gratis registreren.